

Mijn naam is Debby de Wilt. Ik ben 19 jaar en ik doe de opleiding doktersassistente bij het Kellebeek College in Etten-Leur. Ik kreeg de kans om 3 maanden naar Kenia te gaan en die heb ik gegrepen.
Ik ben dus in Kenia geweest. Ik heb daar 6 weken in de stad Kisumu gewerkt en 6 weken in het dorpje Rangala. Als je in de stad zit merk je niet zo heel veel van de armoede. Je ziet natuurlijk wel grote verschillen met Nederland. Zoals dat in Kenia heel veel tuktuk’s rijden en Matatu’s en dat is daar het openbaarvervoer. En overal langs de weg hebben mensen een winkeltje. En als je lange afstanden maakt, kun je precies zien wat er in welke streek geteeld wordt. Omdat ze dan bijna allemaal hetzelfde verkopen. Als je Rangala vergelijkt met Kisumu merk je duidelijk het verschil. In Kisumu sliepen we langs een best drukke weg en hoorde je ’s avonds de vrachtwagens over de weg denderen en in Rangala was het eigenlijk altijd heel stil. In Kisumu hadden we ook een grote supermarkt waar we eigenlijk alles konden krijgen, in Rangala konden we alleen de basisdingen krijgen.
Ik liep stage in een heel groot ziekenhuis; ze hadden er eigenlijk alles wat je zocht. Ik ben dan ook op veel verschillende afdelingen geweest. Ik heb de meeste tijd doorgebracht bij 'out patients'. Dat wil zeggen dat de mensen dezelfde dag komen en weer naar huis gaan. Ik heb daar veel verschillende kamers gezien, vooral die met betrekking tot HIV & AIDS en family planning. In deze kamers werden voornamelijk de patiënten gecontroleerd en werden medicijnen uitgedeeld. Bij family planning ging het voornamelijk over voorbehoedsmiddelen. Ook heb ik veel gewerkt in de kamer waar de wonden werden schoongemaakt en verzorgd. In het begin vond ik het wel een beetje eng om aan zo’n grote wond te beginnen, maar na een paar keer kijken ben ik er toch zelf aan begonnen. Verder was het nog veel meten, wegen, injecteren en bloeddrukmeten. Het werken in het ziekenhuis was behalve leerzaam ook heel gezellig. De Keniaanse bevolking is over het algemeen superaardig. En dat maakt je werk ook al gauw een heel stuk leuker.
In Rangala was het wel een beetje anders dan in Kisumu. We gingen natuurlijk naar een ander huisje. We woonden daar op een compound en daar zat ook een babyhome op en een kleine school. Verslapen kon je je daar dus niet, want 's ochtends werd je of gewekt door de haan die daar rond liep of door de kinderen die voor de school aan het spelen waren. Ik liep stage op het babyhome. Je had daar verschillende kamers waar de verschillende leeftijden over lagen verspreid. Wat ik daar heb geleerd is hoe je met kinderen om moet gaan. En hoe je van doeken een luier kunt maken en vast moet maken. Het werken ging hier ook weer goed. Alleen was het hier zo dat niet alle werknemers Engels konden of maar een heel klein beetje. En dat was op sommige momenten wel even lastig, maar na een tijdje wist je wie wel en wie geen Engels sprak.
We hoefden in de weekenden niet te werken en konden doen wat we wilden. In Kisumu gingen we ’s avonds eigenlijk standaard uit eten. En overdag lagen we aan het zwembad en meestal hadden we ’s ochtends al de grote boodschappen gedaan. We hebben ook wel wat uitjes gedaan. Zoals naar de babyolifanten, giraffen, de slums en Kiboko Bay. Dat was een resort waar je kon gaan zwemmen en heel lekker eten. Naar Lake Victoria, daar kun je een tocht op het water doen en als je geluk hebt zie je nijlpaarden. En natuurlijk hebben we ook nog een safari gemaakt.