
Ik studeer in de motorvoertuigenbranche. Als stagiair heb ik nu 3 jaar stage gelopen. In deze stages heb ik me voornamelijk bezig moeten houden met de werkplaats, dus het repareren en onderhouden van auto's. Liever zou ik het wat commerciëler hebben gehad, omdat dat voor mij toch de richting is waar ik graag naartoe wil. Na mijn opleiding zou ik graag aan de slag willen als verkoper of bedrijfsleider. Uiteindelijk zou ik graag zelf mijn eigen bedrijf opstarten om zo het hoogst haalbare eruit te halen.
Ik ben in Curaçao geweest. Het is een heel mooi land met natuurlijk een mooi klimaat en een vrolijke sfeer. Het eiland wordt ook wel het auto-eiland genoemd. Dit komt omdat er maar 160.000 mensen wonen en er bijna net zoveel auto's zijn. Het toerisme is samen met de olieraffinaderij op het eiland de belangrijkste bron van inkomen. Onze huisvesting was een 3-persoons appartementje in de wijk Punda. Dit behoort tot het stadscentrum van de hoofdstad Willemstad. Op de plek waar wij woonden werd enorm veel gerenoveerd, omdat het vervallen was en het er stikte van de zwervers die hun eigen taal 'Chollers' werden genoemd. Dit was wel het mindere aan het wonen, omdat je vaak werd lastig gevallen door chollers die geld van je wilden. Wat zeker heel typerend is voor het eiland waar het ondermeer ook bekend om staat zijn de zogenaamde 'snacks' die aan elke weg wel te vinden zijn. Hierover is zelfs een boek geschreven.
Werken is voor de eigen bevolking zo maar bijzaak. Je werkt omdat het moet, maar je mag zeker niet te snel werken, want anders kun je 's avonds niets meer doen. Zo was het in het begin nogal wennen aan het rustige werktempo, maar al snel kwam ik erachter dat je echt niet snel moest werken. Dit kwam door het klimaat, want met 35-40 graden werken is toch heel andere koek dan dat je in een garage staat waar het een graad of 18 is. Mijn collega's waren allemaal heel vriendelijk en dat is ook wel typerend voor de hele bevolking. Zoals we hier in Nederland discriminatie en racisme kennen, zo bestaat die daar ook, maar nu is het tegenover de blanke bevolking. Erg veel is hier niet van te merken, maar er zijn net als hier kleine groepen die er voor uitkomen. De Antillianen leven met weinig zorgen en daar kunnen we hier in het westen nog wat van opsteken. Je moet je niet onnodig druk gaan maken over zorgen die eventueel kunnen komen, maar maak je liever zorgen over de dingen die er nu zijn en verhelp die als eerst.
Zoals ik eerder al noemde woonde ik in de wijk Punda in het stadscentrum van de hoofdstad Willemstad. Het eiland Curaçao bestaat grotendeels uit alleen deze stad. Verder zijn er enkele omliggende dorpen en dat is het. Er is nooit veel aan onderhoud gedaan aan de gebouwen in Willemstad en dat begint ook wel erg duidelijk te worden. De mooie riante villa's worden afgewisseld met bouwvallen en bouwputten waar de eerste stenen jaren geleden al gelegd zijn. Hieruit is ook op te maken dat er een wezenlijk verschil is tussen rijk en arm. De arme bevolking woont bij elkaar in kleine huisjes of in een klein rijtjeshuis. In sommige delen van de stad was het als toerist ook sterk af te raden heen te gaan vanwege de hoge criminaliteit. Ook 's nachts kon je als blanke maar beter binnen blijven in sommige delen. Het grote contrast is duidelijk zichtbaar als je kijkt naar deze wijken en de delen met vakantiehuizen en mooie villa's en de grote (soms nauwelijks betaalbare) hotels. De mooie plekken op Curaçao, zoals de openbare strandjes, de grotten van Hato en de Christoffelberg doen op hun eigen wijze al deze negatieve dingen vergeten.
Ik was werkzaam als monteur bij een van het grootste zo niet het grootste autoverhuurbedrijf ter wereld, namelijk Hertz. Hertz heeft op Curaçao 4 vestigingen, waarvan 2 in hotels, 1 op het vliegveld (Hato) en 1 hoofdkantoor tegenover het vliegveld, dit is het hoofdkantoor. Gelukkig hoefde ik niet 8 uur per dag in de werkplaats te staan en mocht ik ook enkele keren per week auto's afleveren bij hotels of op het vliegveld en op deze manier leerde ik het wegennet door Willemstad ook goed kennen en ik zag nog eens wat van het eiland. Bij grote drukte in het hoogseizoen, dit valt in de laatste weken en het begin van het jaar, mocht ik ook nog enkele auto's verhuren. Achter het kantoor lag een grote parkeerplaats, hier stonden over het algemeen alle auto's die niet verhuurd waren of stonden te wachten op reparatie en onderhoud. De auto's kregen hier elke 5000 km of iedere 3 maanden een onderhoudsbeurt en dit moest bij ongeveer 270 auto's, dus was er nogal het nodige werk te verrichten. In het begin dat ik er kwam waren er 2 monteurs waarvan er 1 in december naar Nederland ging emigreren. Voor deze monteur kwam er een ander in dienst waarmee ik het heel goed kon vinden. Helaas heb ik maar iets meer dan een maandje met hem mogen samenwerken. Het werk ging ook niet op de manier dat je hier gewend bent. Waar je hier voor zo'n beetje alles speciaal gereedschap hebt, doe je het daar maar met een hamer, beitel en een schroevendraaier. Dit maakte het werk een stuk leuker, omdat je dacht een simpele klus te doen, maar door een andere manier toe te passen werd het veel aantrekkelijker om het voor elkaar te krijgen. Het mooiste voorbeeld hiervan vind ik nog steeds een koppelingsplaat centreren. In Nederland heb je daar speciaal gereedschap voor en heb je voor elke afmeting een andere centreerpen. Daar moest ik een deel van een bezemsteel afzagen om daar een punt aan te maken zodat ik de koppelingsplaat kon centreren.
Het uitgaan was hoe dan ook de leukste tijd. Dat kan ook eigenlijk niet anders, want je zit in een vakantieland waar altijd iets te doen is. Met de aankomst zaten we met meerdere stagiaires in het vliegtuig en maakte je vanzelf een band met deze mensen, want ze zijn ook nieuw. Doordeweeks na het werk kwamen we allemaal samen om boodschappen te doen en eten te koken met zijn allen. Na het eten was het snel nog even sporten en vaak daarna nog even wat met zijn allen te gaan drinken in een van de vele barren. Een groot fenomeen op Curaçao is toch wel het Happy Hour, zowat iedere bar heeft een dag in de week Happy Hour en hier komt zo veel man op af dat het heel simpel te zeggen is waar je elke dag heen gaat. Niet alleen na het werk was het feest, natuurlijk was het in het weekend helemaal genieten, want met een klimaat van 35 graden en veel zon en strand was het toch zeker standaard om naar het strand te gaan. Elk weekend gingen we wel naar een strand om daar lekker te genieten van de zon, zee maar ook zeker de gezellige sfeer die er altijd hing. Naast dat hebben we ook ons duikbrevet gehaald en ben ik een weekend naar Bonaire geweest. Curaçao heeft nog een klein aangelegen eilandje. Heel toepasselijk heet dit eiland ‘Klein Curaçao'. Hier zijn we ook met een aantal vrienden heen geweest. De aantrekkelijkste attracties hebben we wel gehad, maar uiteindelijk valt er zo veel te doen dat je niet alles kunt gaan doen. Alleen al omdat het heel veel geld kost als stagiair zijnde en je bent toch grotendeels van de tijd aan het werk.
