

Ik ben Chantalle Laport en ben 19 jaar. Ik zit op het MBO Prinsentuin College in Breda. Ik doe de branche dierverzorging, sector paraveterinair. Ik heb nu alleen nog algemene dingen geleerd over dieren en volgend jaar krijg ik vakken die meer gericht zijn op de sector paraveterinair. Later wil ik het liefst bij een dierenarts werken als assistent, want verder leren zit er voor mij niet in. Ook wil ik de Britse Langhaar gaan fokken. Het is een ras dat in opkomst is.
Ik ben in Roemenië op stage geweest. Het is een mooi land met een mooie natuur. Normaal is het heel erg droog daar, dus dan is alles dor en ziet het er uitgedroogd uit. Wij kwamen in het natte seizoen, dus het was heel erg mooi groen overal. En zo heb je gelijk voedsel voor de dieren natuurlijk. Het werken is daar goed om te doen, je moet wel sommige dingen aanpassen, maar omdat ik op een Nederlandse boerderij zat viel dat wel mee. Ze hebben hier wel minder dan in Nederland, vooral met de technologie lopen ze best veel achter. Als het daar goed warm is, is het gelukkig niet zo benauwd als hier, dat werkt wel makkelijker. En omdat je in een mooie omgeving zit, valt het ook wel allemaal mee. Als je er een paar weken bent, weet je op het eind goed om te gaan met hoe je dingen allemaal voor elkaar kan krijgen.
Ik zou hier niet kunnen wonen. Alles loopt achter op Nederland en wat je zelf gewend bent. Ze lopen denk ik wel 20 jaar achter, terwijl ze vroeger juist voor liepen op de meeste landen. Maar alles komt uiteindelijk allemaal goed, want de mensen weten niet beter dan hoe het is. Ze zijn ook niks gewend, dus hebben overal wel een oplossing voor en zo komt alles toch op zijn pootjes terecht. De huizen zijn niet iets waar je in wilt wonen; ze wonen daar met minstens twee generaties en soms met drie generaties in een huis. Dus met een opa en een oma, een vader en een moeder en dan hebben de meesten ook nog kinderen. Ik zou echt niet met mijn opa en oma kunnen samenwonen. Ook heb je bij je huis allemaal dieren rondlopen en dan niet alleen een hond of een kat. De meesten hebben varkens, kippen, valse honden, paarden en sommigen hebben ook nog ganzen. De huizen lijken van buiten wel heel erg klein en als je dan met zo veel mensen moet wonen, wordt het wel heel erg krap.
De Roemenen zelf zijn op zich wel aardig; ze wilden bijvoorbeeld van me weten hoe het in Nederland is. Maar je moet toch wel heel erg goed uitkijken, want er is ze met de paplepel ingegoten om te stelen van mensen die meer hebben dan zij. Van de stagebegeleiders was ook al wat gestolen. Leuk is anders, want jij probeert alles goed te doen, maar er wordt bijna aan alle kanten van je gestolen omdat je een Nederlander bent. Ze denken van 'die zijn rijk, dus die kunnen wel wat missen', terwijl dat niet zo is. Roemenen werken erg hard, maar als sommigen geen opdracht krijgen, voeren ze ook niks meer uit. Dus die moet je een heel schema geven en als het dan weer anders uitpakt, moet je er ook weer wat op verzinnen anders doen ze helemaal niks. Maar ik denk dat je dat in Nederland ook wel hebt met sommige mensen.
Ik ben zes weken in een dorp, Singer, geweest. Het dorp is best wel arm, maar de omgeving is supermooi. De mensen kwamen aan water door putten die ze zelf gemaakt hadden of ze gingen naar de waterbron, die helder bergwater had, dat in de winter ook niet bevriest, omdat het altijd in beweging is. De wegen zijn ook niet alles: overal zitten gaten in de weg en de auto’s krijgen flink te verduren, want je rijdt veel lekke banden en de vering gaat ook snel kapot. De huizen vallen ook bijna uit elkaar, maar ze hebben wel schotels op het dak. De daken hebben vaak grote gaten, dus als het regent ben ik benieuwd hoeveel water er naar binnen stroomt. De meeste mensen rijden daar met paard en wagen rond; auto’s hebben ze bijna niet, alleen mensen die meer te besteden hebben dan de rest. Sommigen hebben tegenwoordig een fiets. De wegen verschillen heel erg per dorp, want het is aan het dorp want ze met het geld gaan doen en de meeste besteden het dus niet aan de wegen, maar ergens anders aan. Asfalt kennen ze bijna niet, maar het is wel in opkomst. We zijn ook nog naar een stad geweest, Cluj Napoca, daar lijkt iedereen weer rijk. Overal rijden luxe auto’s en staan mooie huizen en flats. Ze hebben daar ook een groot mooi winkelcentrum en hele grote supermarkten. Daar dragen ze ook allemaal mooie kleren en is bijna hetzelfde als in een ander Europees land wat niet arm is. Het is dus wel heel grappig hoe groot de verschillen in een land kunnen zijn. Maar ik vind het landschap wel mooier op het platteland dan in de stad, dus ze hebben allebei wel iets. Maar het liefst ben ik hier gewoon thuis.
Ik werkte op een melkveehouderij die ook nog aan landbouw doen om hun eigen voedsel te verbouwen en voor de dieren. Ik moest vooral opletten dat alle kalfjes goed verzorgd werden, dus de juiste liters melk en op de juiste temperatuur, de stallen goed onderhouden en ook goed in de gaten houden of ze niet ziek zijn. Dit deed ik ’s ochtends en ’s avonds en bij de hele kleine kalfjes ook nog ’s middags. Ik heb ook nog geholpen om de koeien te melken, gelukkig gebruikte hij al de melkmachine en doet hij niet al zijn koeien op de hand, zoals alle Roemenen die daar wonen. Het duurt wel lang, maar gelukkig ook weer niet zo lang als dat je het op de hand zou moeten doen. Ik heb ook nog meegeholpen op het land, omdat dat er nou eenmaal bij hoort. Het is toch het voedsel van de dieren. Het is wel leuk om te zien hoe ze dat daar doen, want de machines zijn kleiner en minder luxe dan hier. Maar toch gebeurde alles zoals het moest gebeuren, alleen ben je er wel langer mee bezig heb ik het idee. Omdat er veel gaten en bobbels in het veld zitten, gaat het ook veel moeilijker en je hebt hele kleine stukjes die niet aan elkaar liggen zoals in Nederland. Alles was leuk om te doen, het is wel wennen, maar na een week of twee lukte het allemaal prima.
In de vrije tijd gingen we veel naar de omgeving kijken en veel met de stagebegeleider mee op pad naar andere bedrijven toe en naar winkels. Dat was ook heel apart om te zien. We konden niet naar een zwembad of strand, want dat was daar niet, maar ik heb het ook niet gemist. Ik heb ook veel met de honden gespeeld en alles toch een beetje in de gaten gehouden. We zijn ook naar een Nederlander geweest die ruim 400 geiten heeft om te melken. Het was apart om te zien, want die gaan overdag gewoon met een herder de heuvels in om daar te eten en ’s avonds komen ze terug om in de stal te slapen en om gemolken te worden en ’s ochtends na het melken gaan ze weer de heuvels in. Het was ook erg leuk om Roemeense winkels en bedrijven te zien, want het is toch weer anders dan in Nederland. Ook ben ik naar een Roemeense dierentuin geweest, alleen dat is niet om aan te raden, want de hokken zijn gewoon zielig en de verhoudingen kloppen ook gewoon niet, maar je moet het wel een keer gezien hebben.