EnglishDeutschEspañol
Begeleiding op afstand? Meld je hier aan voor je digitale platform.

Student aan het woord

Marjolein Engelen, Ghana

Ik ben Marjolein Engelen en ik studeer aan het Vitalis College in Breda. Ik volg daar de opleiding Sociaal Pedagogisch Medewerker - woonbegeleiding. Ik zit in m’n tweede leerjaar van de opleiding en ik ben negentien jaar oud.

Ik heb op twee verschillende plekken stage gelopen. 4 dagen per week gaf ik les op een school en de andere dag heb ik stage gelopen in het ziekenhuis. De school was op een eiland, Alorkpem, waar we eerst per boot naartoe moesten. Dat was in totaal 1 uur heen en 1 uur terug. De eerste periode begonnen we elke dag met het strand schoonmaken. Daar spoelt heel veel rivierwier aan en dat is een hele fijne broeiplek voor malariamuggen. We deden dat met drie mensen van de lokale bevolking. Voor de rest gaven we les op de school. Zoals: rekenlessen, tekenlesjes, Engelse les of spelletjes met ze spelen. We hadden op de school een heel leuk contact met de leraren. Elke keer als we aankwamen was het weer een leuk ontvangst met handdrukken. Wat ik daar vooral wilde bereiken: de leraren meehelpen de kinderen goed onderwijs te bieden. Als ze geen school hebben gehad, blijven ze hangen op het eiland en krijgen ze later geen baan.

Op het eiland zag je ook veel armoede. De mensen hadden geen stromend water of stroom. Er werd dus ook best vaak gebedeld om geld of spullen.
De eerste periode gingen we 2 dagen in de week naar het ziekenhuis, om stage te lopen. Maar daar was zo vaak niks te doen dat we daar niet mee door zijn gegaan. Dus dat werd 1 dag in de week. In het ziekenhuis was een apart kamertje voor een soort kinderopvang. Dat heette ‘the children game room’. Daar konden zieke kindjes komen spelen of de kinderen van de zusters. Wat heel jammer was, the children game room gaat alleen open als er studenten uit Nederland komen. Dus heel veel mensen weten helemaal niet wanneer het open is en daarom kwamen er bijna geen kinderen.

Ik moest aan het begin heel erg wennen aan het land, Ghana. Meteen toen we landden had ik al een cultuurshock. We kwamen het vliegveld uit en er stonden alleen maar mensen die meteen op ons af kwamen lopen. Ze wilden ons welkom heten in Ghana en tegelijkertijd had een van hen een hand op mijn koffer. Toen hij bij mijn ‘taxi’ was aangekomen bleef hij ook staan en vroeg telkens om geld. Dat vond ik al meteen heel heftig om te zien. Ze bleven ons maar aanraken en bleven bedelen. Maar na de eerste week was ik al een beetje gewend.

Het zijn allemaal zulke lieve mensen. Ze helpen je altijd met alles. Als je bijvoorbeeld de weg vraagt aan een Ghanees lopen zij bijna altijd helemaal mee tot aan de bestemming. Na een maandje was ik aan alles gewend: de hitte, het eten, de cultuur. Eigenlijk is helemaal niks hetzelfde als in Nederland. Het wonen in Ghana is me goed bevallen, we hadden een mooi en groot huis. Na een werkdag kon je daar even goed tot rust komen en al de invloeden op je in laten werken. Ik vond het werken in Ghana heel leuk om te doen omdat je er echt iets voor terug krijgt. Het is zulk dankbaar werk. Wat ik ook een hele aparte ervaring vond is dat je als stagiaire zo anders behandeld word dan in Nederland. In Ghana ben je voor die mensen al echt een lerares en je mag ook meteen alles doen. Het land zelf is heel mooi om te zien. Wij zaten ook echt op een mooi plekje: de Volta regio. We zaten vlakbij de zee en ook vlakbij de Volta rivier. Vooral de Voltarivier had je hele mooie plekjes.

Ik heb zelf op een eiland gewerkt, dat eiland heette Alorkpem. Daar leefde een grote ‘community’ samen. De mensen op het eiland zijn echt arm, omdat ze daar niet genoeg werkmogelijkheden hebben. Maar qua natuur is het daar heel mooi, omdat het echt midden in de Voltarivier ligt. Ikzelf woonde in het dorpje Ada Foah. Dat was een relatief groot dorpje, waar alle faciliteiten aanwezig waren. Je had daar een internetcafé, supermarktjes, een eigen markt, restaurantjes, zwembad en nog meer. Ada Foah was niet echt arm, ze hadden ook niet echt veel geld, maar de meesten hadden wel werk. Dan stonden ze bijvoorbeeld op de markt dingen te verkopen of gewoon naast de weg. Het dorpje was niet echt mooi maar ook niet echt lelijk, het was eigenlijk gewoon een typisch Ghanees dorpje waar prima te leven was.

De school waar ik les heb gegeven was een basisschool. De school had in totaal 6 klassen. We hebben bij al de klassen les gegeven en we hebben de lessen aangepast op het niveau van de klas. Wat ik vooral moeilijk vond aan het les geven in Ghana was dat niet alle kinderen goed Engels spraken. De leraren vertaalden wel alles in hun lokale taal, maar toch vond ik dat soms best lastig. Wat de Ghanezen ook heel moeilijk vinden is op tijd komen. Het kon zo maar voorkomen dat de leraren te laat waren of dat er maar 1 leraar kwam opdagen. Na een tijdje wen je daar wel aan, maar toch blijft het moeilijk om daar je geduld voor te behouden. Het nadeel was wel dat het soms onmogelijk was om dingen af te spreken met Ghanezen. Dan waren we bijvoorbeeld van plan om die dag wat te gaan doen en dat hadden we dan van te voren ook verteld. Maar als we dan aankwamen waren ze het of vergeten of ze hadden er niet meer aan gedacht. Dat is toch moeilijk om aan te wennen. Ik vond het contact met de kinderen en met de leraren heel leuk. De kinderen zijn zo lief en ze willen zo graag leren. Zij gaan echt met plezier naar school en willen ook met plezier heel graag dingen leren. Dat vond ik heel leuk om te zien.

In mijn vrije tijd hebben we veel leuke dingen gedaan. Ik was daar in totaal met 10 andere studenten. Het contact tussen de andere studenten was heel leuk. Wat we vooral in onze vrije tijd deden was: lekker zwemmen in het zwembad, uit eten gaan of met elkaar afspreken. We woonde verdeeld over twee huizen. Ik zat met 4 andere studenten in het Banahuis en de andere 6 studenten woonden in het Aristohuis. Ik heb in m’n vrije tijd ook uitstapjes gemaakt met de andere studenten. We zijn naar Cape Coast geweest, daar staan verschillende slavenforten. Ook eentje waar vroeger de Nederlanders hebben gezeten. Ik ben ook met 4 anderen naar het noorden afgereisd om naar het National Parc Mole te gaan. Daar hebben we olifanten, apen, antilopen en nog veel meer dieren gezien. Dat vond ik zelf heel indrukwekkend om te zien, maar de reis er naar toe was wel heel lang. Uitgaan kon je in Ghana maar af en toe doen, het kon wel in Accra (de hoofdstad), maar dat heb ik niet gedaan. In ons dorpje werd af en toe een feestje georganiseerd. Bijvoorbeeld met Pasen en Africa Day. Het weer in Ghana is bijna altijd goed. Het is elke dag tussen de 30 en 35 graden, soms was het ook echt te warm. Rond april begon het regenseizoen. Daar hebben we nog volop in gezeten. Vooral ‘s nachts kon het dan heel hard gaan stormen en dan was het vaak de volgende dag nog een beetje bewolkt en wat koeler. Dat was dan altijd wel even lekker. Ik ben heel blij dat ik deze kans heb gehad om in Ghana stage te mogen lopen. Ik vond het heel leuk om zo een andere cultuur te leren kennen. Dan zie je eens hoe het ook kan zijn. Ik ga snel nog eens terug naar Ghana om te kijken hoe alles veranderd is en om weer de mensen op te zoeken.