

Ik ben Sander de Bruin, 23 jaar oud. In september 2009 ben ik begonnen aan de opleiding voor verpleegkundige aan het Vitalis College te Breda. Hier volg ik een 4-jarige opleiding tot verpleegkundige. Hierna wil ik graag doorstromen naar het HBO om de opleiding tot Gipsmeester te volgen.
In september ben ik voor 3 maanden naar Ghana gegaan om daar de manier van werken en bejegening te bekijken en onderzoeken en kijken hoe verpleegkundigen functioneren in een Ghanees ziekenhuis. De manier van werken daar stond ik echt van te kijken, ze werken daar allemaal op hun gemakje er is weinig stress en iedereen is gelijk! Niemand die voorgetrokken wordt en alle bewoners hebben recht op hulp. Natuurlijk is er een verschil zoals je overal in de wereld hebt. Mensen met een verzekering kunnen bijwijze van spreken iedere dag naar het ziekenhuis en betalen daar dan ook jaarlijks 200 cedi voor (ong. €95,-). Mensen die geen verzekering kunnen betalen daar wordt wel hulp aan geboden, alleen hebben ze geld nodig om hun hulpmiddelen te kunnen kopen. Als ze niet voldoende geld hebben kunnen ze bijv. iets als antibiotica niet betalen of een infuus, of de nazorg bij een wond.
Mijn stageperiode daar was 7 weken in het ziekenhuis van Anfoega en vervolgens nog 5 weken in het ziekenhuis van Ada Foah, omdat we door omstandigheden moesten switchen van ziekenhuis.
In het ziekenhuis van Anfoega heb ik op iedere afdeling twee weken gestaan.
Eerst 2 weken op de Medical afdeling. Daar werden de mensen verzorgd die extra medische hulp nodig hadden. Bijvoorbeeld na ongeluk waardoor ze gewond geraakt waren en waarbij ze ernstig lichamelijk letsel hadden opgelopen waarvan ze eerst bij moesten komen. Of mensen met malaria of andere ernstige ziektes.
De handelingen die daar voornamelijk gedaan werden: Infuus prikken, Bloedprikken, toedienen van medicatie Intramusculair of intraveneus, wondverzorging en vooruitgangsrapporten schrijven.
Zeer boeiend en leerzaam, alleen mochten wij zelf weinig doen en telkens maar mee kijken.
Ook heb ik 2 weken stage gelopen op het Theatre (operatie kamer). Hier werden op donderdag en soms vrijdag operatieve handelingen uitgevoerd zoals een keizersnede of een hernia aan het scrotum.
Buiten de operatiedagen om kwamen er patiënten die bij de OPD (dokter consult) werden doorverwezen om hun wond na te laten kijken of deze te verzorgen of zelfs te hechten. Soms kwamen mensen er met de bloederigste wonden en de meest bizarre verhalen binnen.
Op deze afdeling heb ik het meeste geleerd over wonden. Ik wist natuurlijk wel welke wonden er zijn, maar hoe je een gele of een zwarte wond behandelt, daar had ik nog niet echt een beeld bij.
Ook werken de Ghanese verpleegkundigen op een hele andere wijzen als dat wij dat doen. Ik heb ze proberen uit te leggen dat wij een heel ander protocol volgen als je over wondverzorging praat, maar zij vonden dat ik het op hun manier moest doen. Als laatste heb ik op de OPD gestaan, dat noemen wij de polikliniek, waar je als eerste komt met kleine verwondingen of vragen. Als eerste werd je dossier erbij gepakt als je die al had en daarna mocht je in de rij wachten om je temperatuur op te meten, de bloeddruk en je gewicht.
Mijn doel was in Ghana om te leren van hen en zij van mij! Ik heb in zekere zin van hen geleerd.
Ook wilde ik zien hoe mensen daar benaderd worden door artsen en hoe ze verzorgd worden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er eerst minder van verwachtte, omdat het toch een derde wereld land blijft waar er gewoon minder geld is voor goede apparatuur. Toch konden ze met de kleinste dingen de patiënten goed helpen!
De opdrachten van school waren best hoog gegrepen als ik dat zo mag zeggen. In het eerste ziekenhuis kon je de opdrachten nauwelijks uitwerken, omdat ze sowieso heel anders de verpleegtechnische handelingen uitvoeren als dat wij dat hebben geleerd. Verder moest je voornamelijk meekijken en als je vroeg of je wat mocht helpen of dat je wat wilde doen dan werd je raar aangekeken. Dit kwam omdat er al zo weinig werk was en als er dan iets te doen was dan werd daar haast ruzie om gemaakt.
Ik heb zelf 1 keer een infuus mogen zetten, dit ging in 1 keer goed maar de manier waarop ik hem moest zetten was heel anders dan wij in Nederland zouden doen. Ik heb deze opdracht vervolgens niet uitgewerkt voor school, omdat de werkwijze heel verschillend was.
Ook heb ik 1 onder narcose verdoofde patiënt mogen wakker spuiten, dit werd plotseling aan mij gevraagd. Mijn eerste reactie was nee ik weet niet wat ik inspuit en ik heb de spuit niet klaargemaakt. Voordat ik het wist had ik de spuit in mijn hand en waren alle ogen op mij gericht of ik haar in haar bovenbeen wilde spuiten. Ik deed dit en het ging voor mijn gevoel goed. Achteraf zei de arts dat ik de spuit had vergeten stukje terug te trekken, zodat ik kon kijken of ik niet in een bloedvat zat. Ik zei dat ik het liever niet wilde doen, maar dat kennen ze daar niet.
Het eerste gebied waar we zaten, genaamd Anfoega, was een bergachtig gebied dat lag in het zuidwesten van Ghana. De huisjes zijn vaak erg klein en worden gemaakt van leem (grondstof) en rieten daken en soms valt er golfplaat te verkrijgen, maar dat is meestal dichter bij de stad. Ook worden er bakstenen gemaakt met zand en water en dit wordt in een vorm gestopt en dat laten ze drogen in de zon. Erg stevig zullen de huizen niet zijn, maar toch valt er goed in te leven. Onze huisjes waar wij in verbleven waren gebouwd door bouwstudenten, deze waren gelukkig wat steviger. Wat me erg opviel aan het land was dat alle lokale bewoners zeer vriendelijk en gastvrij waren. Op iedere hoek van de straat werd je wel begroet en uitgenodigd om te komen eten. Je zou iedereen zo kunnen vertrouwen, alleen bleek dat achteraf niet zo te zijn. Nadat we hadden meegemaakt dat we overvallen waren in huis was ons mensbeeld sterk afgenomen (heel jammer!). Het was een zeer mooie en spannende ervaring, met veel uitdaging. Je moest zelf koken iedere avond en dat was toch iedere avond weer een vraag 'wat ga ik eten?'. Wordt het rijst of Yam (soort aardappel) of zoete aardappel en vlees, wat uren lang in de zon lag en dus niet echt betrouwbaar was. Vaak werd het toch rijst omdat dat het makkelijkste was.
Ons 2de huisje dat was in Ada Foah dit was een dorp dat vlak bij de zee lag en dus veel relaxter was, want daar kon je op vrije dagen gaan uitwaaien aan het strand. Ook was hier meer animatie voor toeristen zoals een restaurant waar ze friet verkochten, erg lekker na 6 weken rijst…
En een chique hotel waar je 1 keer in de week gebruik mocht maken van het zwembad.
Ook merkten we dat het hier veel duurder was dan in Anfoega. Terwijl ze dichterbij de hoofdstad zitten en dus makkelijker hun boodschappen kunnen doen.
Ik vond beide plaatsen waar we verbleven erg mooi qua natuur, maar ook qua vriendelijkheid van de bewoners. Wel merkte je veel van arm en rijk.
In de vrije tijd deed ik graag activiteiten op mezelf, maar natuurlijk ging ik ook wel eens met de meiden mee. We zijn naar een apenverblijf geweest daar vertel ik straks meer over.
Na 2 weken in het ziekenhuis gewerkt te hebben had ik al aardig mijn draai gevonden en ook al een hoop nieuwe mensen leren kennen.
Met drie van die jongens (vrienden) genaamd Julias, Denis en Kodjo werkte ik op de operatiekamer. Zij namen mij vaak op sleeptouw, naar bijvoorbeeld hun huis om daar een filmpje te kijken of ze lieten mij wat van de omgeving zien. Ook ging ik met hen in het weekend soms naar voetbalwedstrijden. Vaak speelden er Engelse club als Arsenal, Chelsea en Manchester United.
Dat was zeer gezellign want dan zat je in een cafeetje met alleen maar locals iedereen was voor een andere club en droegen dan ook voetbalshirts.
Uitgaan zat er niet echt in, want het werd afgeraden om de straat op te gaan na 20:00 uur. Toch was ik soms eigenwijs en ging ik alleen naar Kpando om toch een biertje te gaan drinken, want ik kan niet stil blijven zitten tot de volgende werkdag. Vaak sprak ik met de Coach (Sanne) af. Ik merkte wel dat er 's avonds heel ander volk over straat liep dan overdag en dat je wel op je hoede moest zijn. Maar mannen hebben toch een voordeel.
We zijn naar een apenpark en de waterval geweest! Toen we eenmaal aankwamen bij het apenpark bleek het tourist day te zijn. Beetje jammer, want het was onwijs druk met Ghanese toeristen. Toen we eenmaal aankwamen bij de apen gingen we ze bananen voeren en sprongen de apen recht op je af! Dit was zeer leuk, we hebben veel gelachen. Vervolgens gingen we verder en belandden we op een klein souvenirsmarktje. Hier heb ik het een en ander gekocht aan souvenirs met verhalen erbij. Ik zou voor alles ongeveer 50 cedi (25 euro) kwijt zijn maar dankzij mijn onderhandelingsmanier die ik wel eens van mijn vader heb geleerd heb ik alles voor 20 cedi meegekregen! Dat was leuk om weer even te doen en met succes. Vervolgens gingen we verder naar een grote waterval van maar liefst 85 meter hoog. Hier hebben we lekker verkoeling gezocht in het water. Dat was echt zalig. We kwamen tijdens het aankleden een dode vleermuis tegen op de grond hier hebben we nog mooie foto’s van gemaakt. De dode vleermuis namen de locals mee om deze eerst te ontleden en om uit te benen. Vervolgens wordt het vlees in de zon te drogen gelegd en daarna wordt het nog gerookt. Na dit proces wordt de vleermuis in de soep gedaan.
Eenmaal terug in de trotro ging het behoorlijk hard regenen zonder dat het stopte. Alle modderige paadjes waren moeilijk te betreden met de trotro. Toen we thuis kwamen stonden de straten blank van het water, gelukkig stond ons huisje op een berg. Dus viel de overlast mee.