

Mijn naam is Kelly Woestenberg en ik ben 17 jaar oud. Ik woon in Tilburg en volg de opleiding Maatschappelijke Zorg op het Vitalis College te Breda, locatie Terheijdenseweg 414.
Op het moment loop ik stage in zorgcentrum Padua (De Wever) in Tilburg. Ik sta hier op twee gesloten afdelingen en werk met dementerenden. Ik doe hier activiteitenbegeleiding en vind dit erg leuk om te doen. Volgend schooljaar ga ik stage lopen in de gehandicaptenzorg en daarna kies ik voor de specifieke doelgroepen en kan ik nog alle kanten op, want de verslavingszorg lijkt me ook interessant om te doen. Na deze opleiding wil ik doorstromen naar het HBO en daar wil ik psychologie gaan studeren. Psychologie heeft mij altijd al aangesproken, vandaar deze keuze.
Op zaterdag 9 april 2011 zijn we met een groep van negen studenten en twee leraren vertrokken op studiereis naar Hongarije. We vertrokken vanaf Schiphol en kwamen na tweeënhalf uur vliegen aan op het vliegveld van Budapest. Vanaf dit vliegveld vertrokken we met een taxibusje naar het treinstation, waar ook een vliegveld zat. Daar hadden we de trein naar Debrecen gemist, vanwege een bommelding, dus konden we een uur wachten op de volgende. De trein van Budapest naar Debrecen doet er ongeveer drie uur over. De treinstellen zijn heel anders dan in Nederland. Ze zijn ouderwetser en je moet op tijd treinkaartjes kopen en dan krijg je een stoel aangewezen.
Dit wisten wij natuurlijk niet, dus toen de conducteur kwam controleren hadden we problemen. Gelukkig hadden we een man gevonden die Duits kon en daar hadden wij alles aan uitgelegd en hij heeft het toen uitgelegd aan de conducteur. Gelukkig mochten we blijven zitten.
Om 23.00 u kwamen we uiteindelijk aan bij het appartement.
Het valt wel op dat heel veel mensen in Hongarije geen Engels kunnen, dus het was vooral handen- en voetenwerk om met mensen te praten.
Op het eerste gezicht hadden we echt het idee dat we in een krot terecht waren gekomen. Gelukkig waren we na een paar dagen wel gewend en viel het wel mee.
Het land lijkt heel erg armoedig op het eerste gezicht, maar na een paar dagen valt het wel mee en ben je het gewend.
Bij ons om de hoek zat een supermarkt, de Tesco, en die was 24/7 open, dus dat was erg handig. In deze supermarkt hebben ze werkelijk alles. Van televisies tot ligstoelen en kleding, maar natuurlijk ook gewoon alles wat ze ook in een ‘normale’ supermarkt verkopen. De huizen in Debrecen zijn niet helemaal af. Het is niet net zoals in Nederland, dat ze alles netjes afwerken, als het bouwen klaar is, is het af. Je moest ook opletten als je op de stoep liep dat je niet struikelde, want ook die was maar half afgewerkt. De stad Debrecen is niet lelijk en vooral het centrum en de Big Forest zijn wel mooi om te zien. Het allermooiste wat ik gezien heb in Debrecen is de universiteit. Deze was supergroot en supermooi, van binnen en van buiten. De mensen in Debrecen zijn niet superrijk, maar ook niet arm. Debrecen is op Budapest na de grootste stad van Hongarije. Maar na vier weken heb je het daar wel gezien.
Wij gingen met z’n allen stage lopen in het ziekenhuis. Dit was echt een hele ervaring. Het ziekenhuis zag er totaal niet modern uit en was ook niet bepaald hygiënisch. De mannen en vrouwen liggen wel gescheiden, maar wel met z’n zessen op één kamer. Helaas sprak ook hier niet iedereen Engels. Op de eerste dag werden we gelijk aan het werk gezet. Als je de afdeling op liep werd je omringd door een geur van ontlasting en dood door elkaar. Dit is niet overdreven. Er was een man met een tumor in zijn rug waardoor hij zijn benen niet meer voelde. Zijn linkeronderbeen was helemaal afgestorven en dat veroorzaakte dus de stank. Ze gingen zijn verband verschonen en dit deden ze gewoon op bed waar de andere patiënten ook bij waren. Ze vroegen aan ons of wij dit wilden zien. Ik zei hier geen nee tegen, want in Nederland krijg je deze kans nooit. Het been was drie weken geleden afgestorven, maar het zag zo zwart dat je zou denken dat het al een half jaar geleden was. De vellen hingen los aan het been en die knipten ze eraf; de onderkant van het been lag open dus je kon er zo in kijken. Ik heb me echt twee keer om moeten draaien om niet te hoeven overgeven. Het was afschuwelijk om te zien. Eigenlijk zou het been geamputeerd moeten worden, maar er was een groot risico dat de man de operatie niet zou overleven, dus wou de familie dit niet. Omdat de man dement was, had hij hier zelf niks over te zeggen. Erg sneu, want een week later is hij alsnog overleden. Er was ook een vrouw die ze midden in de kamer op de po stoel zetten toen ze naar het toilet moest. Dit is ook iets wat je in Nederland niet snel zult zien.
Na anderhalve week in het ziekenhuis gingen Maxim, Simone en ik naar het kinderziekenhuis om daar stage te lopen, want dat paste beter bij onze opleiding. Deze klinieken zijn moderner en ook een stuk hygiënischer. Je had verschillende klinieken op het terrein, bijvoorbeeld voor kinderen met leukemie, kinderen met infecties, een babyafdeling en een kliniek voor kinderen met bronchitis. Wij stonden in de kliniek voor kinderen met bronchitis, maar we hebben ook op de babyafdeling gestaan. Hier was één baby zonder ouders en die moesten wij verzorgen. Ik moest met hem ook een echo laten maken van zijn buik en toen dacht iedereen dat ik zijn moeder was. Jonge moeders zijn hier erg normaal, net zoals grote families. Daardoor hebben de families weinig geld om hun kinderen goed te verzorgen. Ik heb flink wat ervaring opgedaan tijdens de stages.
In onze vrije tijd hebben we vooral veel gewinkeld. Ze hadden in Debrecen twee grote winkelcentra dus dat was goed te doen. We zijn ook een paar keer gaan zwemmen en dat was ook leuk en natuurlijk hebben we ook veel gezond. We hebben de markt in Debrecen bezocht en we zijn in de grote kerk geweest, waar we de kerktoren hebben beklommen.
We hebben ook de dierentuin bezocht en natuurlijk hebben we ook terrasjes gepakt. We zijn ook een paar keer uitgeweest en dat was erg gezellig.
Op de laatste dag zijn we naar Budapest geweest maar daar hebben we helaas niet veel van kunnen zien.
Ik heb een leuke tijd gehad in Hongarije!